Het feest van Los Indianos in Santa CRuz de La Palma 2026.
Meestal als we tegenwoordig naar het feest van Los Indianos in Santa Cruz de La Palma gaan, gaan we vroeg op pad. Om negen uur. We eten dan ergens wat en proberen dan een parkeerplek te vinden. We hebben hoog in de stad een wijkje waar we de tuut nog meestal nog net kwijt kunnen. Een paar dagen geleden waren we toevallig in Santa Cruz geweest. Toen was er al lastig parkeerruimte te vinden. Zo druk was het al in de stad. Overal campers, busjes en auto’s met daktenten. Tijdens Los Indianos worden er meestal tussen de zeventig en tachtig duizend feestvierders verwacht. Ipv eerst te eten en dan de stad in te gaan, hadden we het gisteren omgedraaid.
Eerst de auto parkeren en dan ergens in een achteraf tentje wat eten. We zijn inmiddels zo bekend als de bonte hond in de stad. Maar ook de achteraf barretjes hadden de tent dicht met bij de deur een bar waar je eten en drinken kon bestellen. Dat werd dus broodjes eten op een bankje. Zitten we daar, staat er een stel naast ons waarvan hij 3 dure handgedraaide La Palma sigaren in zijn borstzakje had zitten. Die van René was verleden jaar niet ongeschonden uit de strijd gekomen. Hij wijst op de drie sigaren van de man en laat zijn eigen lege borstzakje zien. Zonder zich te bedenken pakt de feestganger één van zijn sigaren en steekt die bij Flo in zijn borstzak.
Het sigaren stel was nog maar net weg of Patricia zegt; “Daar gaat de bakker.” De banket bakker in Los Llanos waar wij nog wel eens een bakkie doen had de dag ervoor gevraagd of wij ook naar Los Indianos zouden gaan. Tuurlijk. Dan zien we elkaar daar morgen had René gezegd. Ja hoor, een kleine 80 duizend man en allemaal in het wit.
René rennen naar de bakker die net met twee dames op de foto ging. Begint één van de dames enthousiast te zwaaien naar hem. Bleek Rosa, de eigenaresse van de banketbakkerij uit Tazacorte te zijn. Had Patricia al een paar keer gezegd, dat die twee wel eens broer en zus zouden kunnen zijn. Was niet binnen gekomen bij de Flo. Zat taart te eten. Prioriteiten.
Voor we het feestgewoel in doken moesten we eerst nog wachten op de drie ontbrekende leden van ons groepje voor die dag. Die kwamen met de bus. Die rijden af en aan en zijn gratis. Toen iedereen er was wilde Theo eerst wat bussen talkpoeder scoren. Dat hoort er bij, bij het Los Indianos feest. René stelde voor om nog wat proviand in te slaan bij de spar alvorens los te gaan op de mojito’s, een Cubaanse cocktail dat veelvuldig op het feest genuttigd wordt. Vrijwel iedereen loopt met zo’n afgesloten drinkbeker met tuit. Dit tegen al het talkpoeder. Twee jaar terug was René ook de Bob. Zijn vier passagiers hadden echter de kracht van de mojito’s onderschat.
Ladderzat was het zooitje. Vandaar dat hij haast obsessief iedereen wilde volproppen met voer als een soort ondergrond. Op sommige kruisingen is er in de stad haast geen doorkomen aan. Maar niemand heeft haast. Om de zoveel meter schalt er weer andere muziek uit speakers of staat een band te spelen. Er zijn diverse podia. Ons favouriete plekje is bij de boot van Columbus. Daar blijft het lange tijd redelijk ‘rustig’. Je staat achter het podium maar er toch vlak bij. Ook dit jaar trad daar ’s middags een hele goede band op. Fantastische sfeer. Iedereen praat er met iedereen. Mensen van de andere eilanden, van het vaste land, uit zuid Amerika en natuurlijk Palmero’s. Het is werkelijk één grote happy family.