www.vakantiehuizenlapalma.nl

Wilde flora op La Palma. Kleurige bermen langs wegen & wandelpaden op La Palma

Flora op La Palma. Geel gekleurde velden.
Flora op La Palma. Paars gekleurde velden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Of je nu met de auto over La Palma toert of aan het wandelen bent, op veel plaatsen kom je gedurende een groot deel van het jaar schitterende wilde flora tegen. Veel van deze bloemen en planten zijn endemisch voor de Canarische eilanden. Sommigen komen zelfs alleen hier op La Palma voor. We zullen beetje bij beetje trachten een soort naslagwerkje aan te leggen zodat je later bij het terug kijken van de vakantiefoto’s wat informatie hebt die bij al die mooie plaatjes hoort.

 

diapresentatie

 

Echium gentianoidus, tajinaste azul op la palma.

Echium gentianoides, Blauwe Tajinaste

Echium gentianoides (Tajinaste Azul) is endemisch voor La Palma en komt vrijwel uitsluitend voor op de noordelijke berghellingen van de Caldera de Taburiente. Het is een meerjarige plant die anderhalve meter hoog kan worden. De plant heeft een sterk vertakte stengel. Het eerste jaar ontwikkelt de plant een bladrozet van dichtbehaarde, ovale bladeren. In het tweede jaar krijgt de plant kegelvormige bloemtrossen, met tientallen buisvormige, blauwe tot lichtpaarse bloemen. De plant sterft af na de bloei, waarbij massaal zaden worden verspreid. De plant bloeit in de zomer maanden. Echium webbii komt lokaal voor op open plaatsen in de pijnboombossen op de noordhellingen van de Caldera de Taburiente op La Palma.

 

 

 

Teline stenopetala ; Gacia ; La Palma brem.

Teline stenopetala, Zoete brem of Paas brem.

Teline  stenopetala is een bremsoort die endemisch is voor Tenerife en La Palma. Het is een struik die tot wel drie meter hoog kan worden en bloeit in april.  Deze struik heeft drievoudige bladeren waarvan de langwerpige smalle blaadjes tot drievcentimeter lang zijn. Deze zijn bedekt met zilverkleurige zijdeachtige haartjes. De brem geeft aan het uiteinde van de takken tot wel tien centimeter lange  bloemtrossen. De afzonderlijke bloemkelken zijn tzo’n één á twee centimeter lang. De palnt werd voorheen ook wel gebruikt voor medicinaal gebruik. Een aftreksel van de bladeren, takken, bloemen en zaden werd, niet geheel zonder gevaar, gebruikt als kalmeringsmiddel. De plant groeit vooral in de hogere en vochtigere gebieden en op open plekken in pijnboombossen.

 

 

 

Lathyrus tingitanus

Lathyrus tingitanus, Siererwt.

Lathyrus tingitanus is een éénjarige klimplant die ongeveer een meter hoog kan worden. oorspronkelijk is het een plant die van nature voorkomt in Noord Afrika en Zuid Europa. Vandaag de dag is hij echter in grote delen van de wereld geïntroduceerd. Ook in Nederland is er inmiddels een levendige handel in het zaad van deze prettig gekleurde Laterus. Op La Palma vindt je deze plant vooral in zonnig gelegen velden op middelbare hoogte in de regionen waar ook de Canarische pijnbomen staan.

 

 

 

 

 

 

Papaver Rhoeas ; Grote klaproos.

Papaver rhoeas, Grote of gewone klaproos.

Papaver rhoeasis kan zestig centimeter hoog  worden en de bloemen zijn groot en fel rood. Van oorsprong is de klaproos een Europese  plant, maar is tegenwoordig wereldwijd te vinden. Vroeger dachten de mensen  dat de plant groeide op de plaats waar iemand vermoord was en dat het bloed door de plant werd opgenomen. Dit kwam o.a. doordat er vooral op een slagveld veel klaprozen groeiden. De oorzaak daarvan was dat op een slagveld de grond vaak hevig was omgewoeld. De zaden van de klaproos behouden onder de grond erg lang hun kiemkracht en ontkiemen als ze, soms na jaren, weer aan de oppervlakte komen. De klaproos is dan ook een echte pioniersplant. Klaproos heeft geen nectarklieren, maar levert hoogwaardig stuifmeel voor bijvoorbeeld de honingbijen op La Palma. In de bloemblaadjes zit een stof die op opium lijkt.

 

Eschschollzia californica ; Slaapmutsje

Escscholzia californica, Slaapmutsje.

Op La Palma is het slaapmutsje  een vaste plant die ongeveer dertig centimeter hoog kan worden en blauwgroene, afwisselend geplaatste bladeren heeft, die fijn verdeeld en slipvormig zijn. Op iedere zijdeachtige stengel staat een bloem die vier kroonbladeren heeft, en twee tot zes centimeter lang en breed is. De kleur varieert van donkeroranje tot geel. Het slaapmutsje bloeit op La Palma vanaf het vroege voorjaar tot half in de zomer. ‘s Nachts of bij koud of winderig weer sluiten de kroonbladeren, wat de bloem haar Nederlandse naam opleverde. De vrucht van het slaapmutsje is een doosvrucht die twee tot zes cm lang is en die wanneer ze rijp is in tweeën  splitst en dan een aantal donkergekleurde zaadjes vrijgeeft.

 

 

 

Eschscholzia californica ; Slaapmutsje

Eschscholzia californica, Slaapmutsje.

Het slaapmutsje is goed bruikbaar als snijbloem.

De bladeren van de plant werden medicinaal gebruikt door de Amerikaanse indianen. Het stuifmeel werd cosmetisch gebruikt. De zaadjes kunnen gekookt worden. Gerookt werken ze licht pijnstillend, maar niet zo sterk als opium, dat een andere groep alkaloïden bevat. Het roken zou niet verslavend zijn. Het begint erop te lijken dat de bermen van La Palma volstaan met stimulerende of verdovende middelen. Gelukkig is de Palmero meer geïnteresseerd in de eigen gebrouwen wijnen dan in dit soort zaken. Voor de eerste kolonisten waren de velden vol Slaapmutsjes zo overweldigend dat zij Californië “Land of Fire” noemden.

 

 

 

Papaver somniferum ; Lila-paarse bolpapaver

Papaver somniferum, Slaapbol.

De slaapbol komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en Zuidwest-Azië. Maar op veel plaatsen is de soort tegenwoordig min of meer ingeburgerd.  De slaapbol komt voornamelijk voor op zonnige, open plaatsen op vrij droge tot vochthoudende, matig voedselrijke tot voedselrijke, zandgrond. De Nederlandse naam Slaapbol komt van de dikke, ronde doosvrucht en van de slaapverwekkende werking van het melksap. Papaver komt van het Keltische woord papapap (kinderpapa) of van papa (pap of brij) en verum (echt of waar), m.a.w. “ware pap”. Het plantensap werd namelijk in de pap gedaan om kleine huilende kinderen rustigertemaken. Somniferum betekent  “slaapverwekkend”, vanwege de slaapopwekkende werking van het melksap.

 

 

 

Cistus symphytifolius ; Amagante de pinar

Cistus symphytifolius, Cistus roos.

De Cistus symphytifolius is een endemische plant op de Canarische eilanden die bloeit in het voorjaar en vroege zomer. De plant tref je vooral aan als ondergroei in pijboombossen en op open plekken en langs de randen van deze bossen. De stengels en de de enkelvoudige bladeren zijn behaard. De struik kan tot drie meter hoog worden en houdt van arme grond en veel zon. Het is een wintervaste plant die temperaturen onder de min tien gradencelcius kan doorstaan op de hooggelegen gebieden op La Palma. Van de bloembladeren van deze groenblijvende plant wordt thee getrokken ter verlichting van kiespijn.

 

 

 

 

 

Cistus monspeliensis

Cistus monspeliensis, Montpellier Rotsroos.

De Cistus monspeliensis is een plant die van oorsprong voorkomt in Zuid Europa en Noord Afrika.De lage struik tref je meestal aan in open terrein grenzend aan beboste berggebieden. De bloemen duren maar één dag en de bloemblaadjes zien er uit als gekreukeld keukenpapier. Deze plant heeft een aantal slimme aanpassingen aan haar rotsachtige arme leefomgeving. Eén ervan is de productie van olie. De plant heeft vaak ook een samenwerking met een zwam die tussen de wortels leeft en er voor zorgt dat de plant daardoor makkelijker voeding uit de schrale leefomgeving kan halen. En de giftige stoffen van de zwam houden vaak voor voedsel concurerende planten op afstand. De zaden breken vaak pas open na een bosbrand, waardoor de plant op zulke gronden vaak als eerste aanwezig is.

 

 

Centrantusruber ; Rode spoorbloem

Centhranthus ruber, Rode spoorbloem

De spoorbloem (Centranthus ruber) of rode spoorbloem, vroeger wel “Rode valeriaan” genoemd, is een plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae). De plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa. De rode spoorbloem kan goed tegen hitte, wordt 30-80 cm hoog en bloeit in het voorjaar. Komt voor op zonnige, open plaatsen op vrij droge tot vochthoudende, matig voedselrijke tot voedselrijke, zandgrond. Zowel de bladeren als de wortels zijn eetbaar. De bladeren kunnen als salade, maar ook kort gekookt gegeten worden. De wortels kunnen in soep gebruikt worden.

 

 

 

 

 

Convolvulus althaeoides ; Mediterrane winde.

Convolvulus althaeoides, Mediterrane winde

De mediterrane winde is een  kruipende of klimmende plant met bruine beharing. De stengels van de plant worden tot 1 m lang. De bladeren zijn afwisselend geplaatst, gesteeld, hartvormig en 2-3 cm lang. De onderste bladeren zijn ingesneden en gelobd, de bovenste bladeren zijn onregelmatig, ondiep gelobd met brede segmenten. De mediterrane winde bloeit van april tot juni. De bloemen groeien met een tot drie stuks aan bladokselstandige, tot 6 cm lange stelen. Ze zijn breed-trechtervormig, 2,5-4 cm lang, roze en bij de bloembodem donkerder gekleurd. De kelkbladeren zijn 4-7 mm lang. De vruchten zijn kale doosvruchten. De mediterrane winde komt van nature voor in Macaronesië en in Zuid-Europa in het Middellandse Zeegebied. De soort komt vooral voor in cultuur- en braakland, droge weiden en wegbermen.

 

 

Pericallis papyracea ; cineraria.

Pericallis papyracae, Cineraria

Deze plant is endemisch in La Palma en komt vooral voor in de nabijheid van pijnboombossen en laurierbossen tot hoogtes van 1600 meter. De bladeren zijn hartvormig en bedekt met zilver-groene haartjes. De cineraria heeft een grote ornementale bloeiwijze met roze lila bloemen. De cineraria staat op de rode lijst van bedreigde plantensoorten vanwege haar zeer beperkte verspreidingsgebied.

 

 

 

 

 

 

 

 

Sonchus Palmensis, Flora op La Palma

Sonchus Palmensis, (Carraja of Lechuguilla)

In het Engels heet dit type distel Sow Thistle, wat in het Nederlands Zeugen distel. Hier op La Palma hebben de mensen het meestal over lechuguilla. Deze inheemse plant kom je veelvuldig op La Palma voor, tot op een hoogte van duizend meter. Deze struik groeit tot een lengte van ruim twee meter en heeft aan de uiteinden van de stengels veel bloemen. Hij doet het goed als potplant maar de temperatuur mag niet onder de tien graden celcius komen.

 

 

 

 

 

 

 

Asphodelus tenuifolius

Asphodelus tenuifolius

De eerste keer dat we deze fraaie (snij) bloemen in een open pijnboombos op La Palma zagen dachten we dat ze waren aangeplant. Ze stonden zo keurig en regelmatig onder de bomen verspreid dat we haast niet konden geloven dat de natuur dat zelf had gedaan. Inmidels weten we beter. Deze planten krijgen in het voorjaar een tot wel anderhalve meter lange bloemstengel. Helaas bloeit de plant maar kort in maart, april. Op hoger gelegen gebieden wat later dan in lagere gebieden. De planten tref je op La Palma aan tussen de 1000 en 1600 meter.

 

 

 

                                 

 

     

Genista benehoavensis, gacia, retamon palmero op La Palma.

Genista benehoavensis, Retamón Palmero

Van deze endemische struik waren er in 1988 op La Palma nog maar 6 volwassen exemplaren bekend. Door herintroducerings projecten zijn er nu weer een kleine tienduizend. Maar nog steeds staat de plant als kwetsbaar op de rode lijst. De grootste bedreiging is die van planteneters als konijn, geit en arrui (Moeflon). Het grootste deel van het bestand staat binnen afrasteringen. De struik kan tot 4 meter hoog worden en groeit op zonnige helllingen tussen de 2000 en 2500 meter hoogte. Vaak staat deze plant tussen de eveneens gele La Palma brem. Maar de Retamón bloeit veel uitbundiger en is feller geel.

 

 

                              

                         

 

Spartocytisus supranubius, retama del pico op la palma

Spartocytisus supranubius, Retama del Pico

Deze struik komt slechts voor in gebieden boven de tweeduizend meter hoogte op La Palma en Tenerife. Op La Palma vindt je deze in mei en juni bloeiende struik o.a. rond het hoogste punt van La Palma, El Roque de los Muchachos. Het is een struik die normaal ongeveer tussen de anderhalve en tweeenhalve meter hoog is. Maar bij voldoende regen een hoogte tot wel vier meter kan bereiken. De grijze takken worden bij voldoende water groen met kleine groene blaadjes. De zoet geurende bloemen zitten in dichte klusters op de twijgen gegroepeerd. De struik kom je tegen op open zonnige plekken op rotsachtige bodem. Retama del Pico is bestand tegen extreme temperatuurschommelingen, maar moet beschermd worden tegen uitheemse diersoorten als konijn, geit en arrui.

 

                                  

         

Echium wildpretii ssp. trichosiphon

Echium wildpretii trichosiphon,Tajinaste rosado

Deze bijzonder plant komt uitsluitend voor op de buitenkant van de noordwestelijke helling van de Caldera de Taburiente op La Palma. Op een hoogte vanaf tweeduizend meter kun je deze in mei-juni, prachtig roze rood bloeiende tweejarige plant aantreffen. Het eerste jaar ontstaat de basis vol zilverkleurige bladeren. Het tweede jaar ontwikkelt de plant een enorme kegel tot wel 2.5 meter hoog vol kelkvormige rood-roze bloemetjes. De bestuiving gebeurt door veel verschillende insecten, vogels en zelfs de hagedis. Maar op El Roque de los Muchachas is waarschijnlijk de aardhommel de voornaamste bestuivers. Wanneer de plant afsterft worden er ontelbare zaden verspreid. Toch is het de vraag of deze fraaie plant het gered zou hebben zonder het intensieve beschermingsprogramma van de laatste 10 jaar.

 

 

vakantiehuizen                      home

 

Beleef La Palma !

Beleef La Palma !